Auto-immuunziekten

Algemene beschouwing

Essentieel voor het functioneren van het immuunsysteem is dat het onderscheid moet kunnen maken tussen wat ‘eigen’ is en wat ‘vreemd’. Het immuunsysteem moet op alle indringers reageren (‘vreemd’), maar juist niet op moleculen van het lichaam zelf (‘eigen’). Bij auto-immuunziekten spelen genetische, hormonale en omgevingsfactoren (waaronder ziekteverwekkers als virussen en bacteriën) een rol en komen ze voor bij tenminste 5 % van de bevolking in een groot aantal verschijningsvormen. Vrijwel ieder orgaan kan door een auto-immuunziekte aangedaan worden. Het blijkt dat het immuunsysteem de lichaamsvreemde elementen meestal adequaat uitschakelt en zich doorgaans niet richt tegen lichaamseigen bestanddelen maar deze juist tolereert: het immuunsysteem is tolerant voor het lichaam. Wanneer het tolerantiesysteem faalt kan dit leiden tot het ontstaan van een auto-immuunziekte onder invloed van reeds gevormde auto-antilichamen gericht tegen lichaamseigen bestanddelen.
Bij diabetes type-1, ook wel jeugddiabetes genoemd, is er sprake van een gebrek aan insuline doordat de insuline producerende cellen zo goed als vernietigd zijn waardoor de patiënt insulineafhankelijk wordt.

Bij type-2, de ouderdomsdiabetes, is de patiënt niet insulineafhankelijk, het is zelfs zo dat kort na het ontstaan van de ziekte er hoge insulinespiegels te meten zijn maar deze zijn te laag om de bloedglucose te normaliseren. Met andere woorden, de cel herkenningsmechanismen, de receptoren, reageren veelal niet op een adequate wijze op de aanwezigheid van insuline. Dit kan komen doordat de receptoren in de cel niet meer geproduceerd worden op een manier zodanig dat deze reageert op insuline of doordat er niet voldoende receptoren worden aangemaakt of doordat de receptoren worden bezet met stoffen, die ervoor zorgen dat insuline niet meer zijn werk kan doen.

De vernietiging van de insuline producerende cellen wordt veroorzaakt door auto-antilichamen die in het lichaam gevormd worden onder invloed van het afweersysteem. Lees meer over ons immuunsysteem en de werking van het immuunsysteem.

Auto-immuunziekte

Men spreekt van auto-immuniteit wanneer een immunologische reactie optreedt tegen lichaamseigen bestanddelen. Als hierdoor processen op gang komen die leiden tot weefselbeschadiging of functie vermindering, spreekt men van auto-immuunziekten. Auto-immuunziekten kunnen worden onderverdeeld in orgaan specifieke en systemische (niet-orgaan specifieke) auto-immuunziekten. Orgaan specifieke auto-immuunziekten worden gekarakteriseerd door autoantistoffen in het bloed die gericht zijn tegen één orgaan of organen met gemeenschappelijke eigenschappen. Systemische auto-immuunziekten worden gekenmerkt door enerzijds betrokkenheid van meerdere orgaansystemen bij het ziekteproces, anderzijds door het voorkomen van autoantistoffen tegen antigenen die niet specifiek zijn voor één bepaald orgaan.

T-Lymfocyten

Algemene kennis:

  • Cellulaire afweer
  • Bevinden zich in de binnenste lagen van de schors van een lymfeklier
  • Ontwikkelen zich alléén in de aanwezigheid van een normaal functionerende thymus onder invloed van hormonen. Van hieruit komen ze terecht in de lymfatische weefsels van o.a. bloed, milt en lymfeklieren
  • Bevinden zich ook in de witte pulpa van de milt, hier worden ook specifieke T-lymfocyten geproduceerd
  • Vermeerderen zich na contact met een antigeen
  • Regulerende invloed op de vorming van antistoffen van de B-lymfocyten. B-lymfocyten kunnen dit ook zonder de hulp van T-lymfocyten maar er wordt dan wel aanzienlijk meer schade aangericht aan de weefsels
  • Bepaalde T-lymfocyten zijn in staat weefselcellen te herkennen en te vernietigen waarin virussen zich vermenigvuldigen
  • Vernietigen cellen die zich abnormaal delen
  • Bij een gebrek aan T-cellen kunnen virus- en schimmelinfecties moeilijk bestreden worden

Geheugenfunctie:

  • Vormen weerstand tegen bestanddelen van ziekteverwekkers
  • Kunnen na een hernieuwde besmetting andere lymfocyten zeer snel tot grote activiteit aanzetten
  • Als een T-lymfocyt tijdens zijn ontwikkeling in de thymus reageert op lichaamseigen eiwitten voordat de rijping volledig is, sterven deze T-lymfocyten en worden ze geëlimineerd. Worden ze niet geëlimineerd dan ontstaat een auto-immuunziekte. (Bij AIDS worden deze T-lymfocyten geëlimineerd omdat het HIV-virus uit gelijkwaardige bestanddelen bestaat die overeen komen met lichaamseigen eiwitten?)

Lymfokinen-vorming:

  • Vindt plaats na hernieuwde besmetting van ziekteverwekkers waartegen een weerstand in de historie is opgebouwd
  • De gevormde stoffen trekken andere opruimcellen aan naar de plaats waar de ziekteverwekkers zich bevinden
  • Bevorderd de vorming van verterende enzymen in de opruimcellen. Hierdoor zijn deze cellen beter in staat tot fagocytose en het doden van ziektekiemen

Belangrijk:

  • Bij gebrek aan T-lymfocyten heeft vaccinatie met verzwakte ziektekiemen of gebruik van nosoden niet het gewenste resultaat. Erger nog, er kan juist een levensgevaarlijke infectie ontstaan

Chronische ziekten

Van steeds meer chronische ziekten wordt aangenomen dat auto-immuniteit er een rol bij speelt. De belangrijkste hiervan zijn: juveniele diabetes mellitus, gewrichtsreuma, systemische lupus erythematodes (SLE), de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, ziekte van Hashimoto, e.a.

Het afweersysteem (immuunsysteem) neemt een zeer belangrijke plaats in bij het functioneren van ons lichaam. Het beschermt ons namelijk tegen aanvallen van bacteriën, virussen, parasieten (antigenen), het voorkomt allergieën, verwijderd ongewenste, onverteerde voedselresten en ruimt kankercellen op. Ons immuunsysteem biedt een natuurlijke bescherming tegen antigenen (lichaamsvijandige eiwitten) door antistoffen te maken.

Immuundeficiëntie

Dit is de toestand waarbij geen specifieke reactie optreedt na blootstelling aan een bepaald antigeen. In zeldzame gevallen is dit een aangeboren probleem, namelijk door het niet aangelegd zijn van de thymus, met als gevolg een stoornis in de ontwikkeling van T-cellen. Immuundeficiëntie kan echter ook op latere leeftijd ontstaan door verschillende oorzaken. Bij oude of zeer zwakke mensen komt dat voor. Die mensen kunnen dus bijvoorbeeld bacteriën of virussen in hun lichaam herbergen, zonder dat het lichaam daartegen optreedt. Het optreden van kanker op oudere leeftijd is hierdoor ook verklaarbaar. Het nooit koorts hebben of ziek zijn hoeft dus geen bewijs van gezondheid te zijn. Immuundeficiëntie kan ook ontstaan door toediening van bijnierschorshormonen, chemotherapie en door immuun-suppressoren (onderdrukkers) die worden gebruikt tegen afstotingsverschijnselen na orgaantransplantatie en om ontstekingsreacties te onderdrukken. Dus soms ook tegen auto-immuunziekten.

Immuuncomplexen

Cellen met ongewenste receptoren kunnen worden gekoppeld aan bepaalde eiwitten tot zogenaamde immuuncomplexen. Dit zijn auto-antigenen die ons lichaam zélf aanmaakt. Ze kunnen T-cellen activeren en zo een auto-immuunziekte doen ontstaan. T-cellen kunnen ná een virale- of bacteriële infectie gaan reageren op een bepaald auto-antigeen dat ze vóór het doormaken van die infectie steeds hebben genegeerd. Ze zijn dus a.h.w. gestimuleerd door een van buitenaf komend antigeen (virus, bacterie, schimmel, parasiet). Het ontstaan van een auto-immuunziekte na het doormaken van een infectie is in de medische praktijk algemeen bekend. De kans daarop is des te groter als de bacteriële-, virale, of parasitaire infectie niet op eigen kracht is overwonnen, maar met medicijnen (b.v. antibiotica) is onderdrukt.

Lees meer over immunologie.